Seminiar met Gunther Diegel

 

In het weekend van 30 en 31 juli 2005 organiseerde het CBA [Commissie Bijstand Africhting] een seminar met Günther Diegel, africhtingscommissaris van de WUSV en de SV.

Het doel van deze bijeenkomst was tweeledig. De WUSV stelt zich ten doel, veel tijd te steken in scholing van keurmeesters om te komen tot een zo uniform mogelijke wijze van keuren. Daarnaast wenst de WUSV in de toekomst alle keurmeesters te erkennen als WUSV keurmeesters. De naam die Diegel gebruikt voor zijn seminar is “Multiplikatorenschulung für Leistungsrichter”. Alleen al over het eerste woord zou je je tong kunnen breken. Als je het woordenboek erop na zoekt, is de letterlijke vertaling van het woord Multiplikator vermenigvuldiging. Wat Diegel feitelijk probeert te bereiken is het zodanig scholen van keurmeesters, dat er zoveel mogelijk eenheid in kennis en keuren ontstaat. Een wens die menig africhter meer dan eens geuit heeft en waarin inderdaad nog veel kan verbeteren. Eenheid in kennis en keuren betreft in zijn visie:

•  Een keurmeester moet in de uitleg naar geleiders dezelfde taal als zijn/haar collega spreken

•  Keurmeesters moeten gedragingen van een hond op eenzelfde, herkenbare wijze naar het publiek benoemen

•  Kennisvermeerdering door scholing en praktijkervaringen op te doen

•  Zonder aanzien des persoon keuren

De heer Diegel is de hoogst verantwoordelijke man op het gebied van de africhting binnen de wereldorganisatie van Duitse Herdershonden [WUSV] en in Duitsland. Hij is voor menig africhter die wat langer in de hondensport zit, geen onbekende. Zo heeft hij met een aantal tophonden op de Duitse Africhtingskampioenschappen meegedaan. Als keurmeester heeft hij veel respect afgedwongen door zijn wijze van keuren op de WUSV- kampioenschappen in Oostenrijk en in Eindhoven. Daarnaast bezit Diegel veel theoretische kennis over het gedrag en eigenschappen van de Duitse Herder.

Bij het bespreken van de afdelingen A, B en C lichtte Diegel zijn betoog toe met beelden, waarop juiste en onjuiste uitvoeringen van oefeningen getoond werden. Zeer interessant om op deze wijze te kunnen communiceren en om de beargumentering van Diegel hierover te vernemen.

Algemene bepalingen

Het streven van de WUSV is erop gericht om in de zeer nabije toekomst in de gehele wereld met 1 africhtingsprogramma te werken binnen de aangesloten landen. Dit lijkt mij in het belang van de sport en als zodanig toe te juichen. Zodra onze keurmeesters een erkenning van de WUSV hebben om ook in het buitenland te mogen keuren, zullen zij vervolgens ook naar de regels van het WUSV-reglement moeten keuren.

Ook het WUSV-reglement kent, evenals ons reglement, algemene bepalingen. In deze algemene bepalingen staat een aantal belangrijke bepalingen waaraan honden, geleiders, programma's en evenementen moeten voldoen.

Bij de start van dit algemene onderdeel gaf Diegel zijn mening weer over verschillende zaken. Hij benadrukte dat de Duitse Herder een gebruikshond is en als zodanig gefokt moet worden. Daaraan zullen hoge maatstaven gesteld moeten worden. Een Duitse Herder moet volgens Diegel, en ik citeer hem hierbij woordelijk ‘over goede driften en vaste zenuwen beschikken'. Volgens Diegel is er in de laatste 20 à 30 jaar veel fout gegaan in de fokkerij. Naar zijn mening zijn er twee populaties ontstaan, zowel in honden als mensen. Hij doelt daarbij op de populatie honden gefokt uit zogenoemde africhtingslijnen en honden gefokt uit schoonheidslijnen. Dat bij deze populatie honden ook verschillende populatie mensen [geleiders] behoren behoeft geen uitleg. Hij betreurt het, dat beide populaties ontstaan zijn en vindt het een taak voor hem en zijn mede WUSV-bestuurders om het onderscheid en de spanningen tussen beide populaties te verbeteren. Diegel omschreef dit als een zeer zware, doch noodzakelijke inspanning.

Verrassend was, dat Diegel vervolgens inging op gedragsfuncties en verschillende levensfases bij honden. Dit deed mij denken aan de Algemene Basisopleiding Africhters [ABA]; een cursus die een aantal VDH-leden in de winter van 2004/2005 hebben gevolgd. Diegel benadrukte nog, dat het herkennen van gedragsfuncties en daarmee stressfactoren een ‘must' is voor hondengeleiders en zeker voor een keurmeester. Het goede contact tussen baas en hond is van zeer groot belang. Ook ging Diegel in op de verschillen van ‘leren bij honden' via vererving of aanleren door oefening.

De verschillende exameneisen

Naar mijn mening is dit artikel niet het juiste middel om in te gaan op het WUSV-examenreglement. Dit is een taak voor het CBA en daar zullen de leden van de VDH, wanneer dat aan de orde is, zeker over geïnformeerd worden.

Bij de inleiding sprak ik al over de wens van Diegel om tot meer eenheid in het keuren te komen. Algemene opmerkingen van Diegel bij het keuren van de verschillende afdelingen wil ik hier echter wel noemen.

Afdeling A [speuren]

Overtuiging, geconcentreerdheid en intensiviteit tijdens het speuren moeten op de juiste wijze beoordeeld en naderhand benoemd worden. Zelfverzekerdheid en overtuiging moeten bij het verwijzen of apporteren van de voorwerpen getoond worden om een hoge kwalificatie te verwerven.

Afdeling B [gehoorzaamheid]

Er is veel gesproken over het keuren van de afzonderlijke oefeningen. Een oefening begint bij het innemen van de basispositie. Daar dient de hond geconcentreerd en opmerkzaam op de geleider te zijn. Bij het volgen dient de hond wederom geconcentreerd, opmerkzaam en met het schouderblad op kniehoogte recht en dicht naast de geleider te volgen. Allemaal bekende zaken, alleen wordt dit niet altijd op dezelfde wijze geïnterpreteerd.

De wijze van beoordelen van alle oefeningen zijn besproken en leidde tot een uitermate boeiende dialoog, waarvan we toch weer konden leren.

Aan het einde van de 2 e dag hebben we een deelnemer aan het WUSV-kampioenschap in Nederland van de video beoordeeld. Diegel verzocht ons te verklaren waarom wij een bepaalde kwalificatie toegekend hadden. Hij gaf zijn eigen zienswijze en kwalificatie aan ons mee.

Afdeling C [pakwerk]

De naam ‘gevechtshandelingen' zal in het WUSV-reglement niet meer voorkomen. Hiervoor in de plaats komen de ‘verdedigingshandelingen'.

Met Diegel zijn verschillende fases in het pakwerk doorlopen. Zo hebben we de volgende momenten bekeken, benoemd en beoordeeld;

de activiteit voor de inbeet, de belastingsfase, de overgangsfase [fase voor het commando los], ‘los'-fase en bewakingsfase. Ook deze beelden gaven interessante stof ter bespreking. Ook is ingegaan op de kwalificaties bij de wijze van lossen en de bewakingsfase. Ook over de inzet van de hond is uiteraard gesproken.

Deze en vele andere specifieke zaken behorende tot het pakwerk zijn aan de hand van videomateriaal uitvoerig besproken.

Tot slot

De gedrevenheid van Diegel tijdens het gehele seminar was groot en sprak de meeste onder ons enorm aan. Natuurlijk hoef je het met een aantal zaken niet eens te zijn. Maar wanneer heb ik voor het laatst iemand op een dergelijke eerlijke, deskundige en hartverwarmende wijze over onze Duitse Herder als gebruikshond horen spreken. Dat is te lang geleden.

De sfeer onder de keurmeesters was ontspannen en prettig. Er is in de vrije uren veel gecommuniceerd over de voordracht van Diegel. Unaniem was men het erover eens dat zijn inbreng een meerwaarde betekent voor de kennis, kwaliteit en het functioneren van de keurmeesters en daarmee dus ook de VDH. Dat Joop Janse een buitengewoon goede africhter is geweest werd duidelijk toen zijn colbert enige tijd zoek bleek te zijn. Na intensief speurwerk wist hij zijn kledingstuk terug te vinden onder werkelijk moeilijke omstandigheden.

Ik hoop dat dit stuk bijdraagt tot een betere communicatie tussen het kader en de leden van de VDH. Het lijkt mij goed om juist in deze tijd leden te betrekken met zaken die wij als kader doen. Daarnaast is er in het algemeen niet zoveel te melden vanuit de keurmeesters. Misschien leidt dit tot meer begrip voor elkaar en een stuk openheid.

Ad van Yperen
africhtingskeurmeester

terug

 

 




terug